Publicaties

Ik heb iets te verbergen… (2016)

Eind jaren 60 tekenden zich, in een tijdsgeest van nieuwe individuele vrijheden, de eerste contouren van de informatiemaatschappij af. Nieuwe beeld- en geluidstechnieken deden hun intrede, nieuwe communicatievormen werden gemeengoed en de informatietechnologie stond aan de vooravond van zijn enorme ontwikkeling.

Een samenspel van ontwikkelingen dat er toe leidde dat er bij de herzieningen van de grondwet in 1983, in artikel 10 het grondrecht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer werd geherformuleerd; jouw fundamentele vrijheid om ongehinderd, alleen of met anderen, ergens onbespied en onbewaakt te kunnen vertoeven en een wettelijk geregelde bescherming van informatie die naar jou persoonlijk herleidbaar is.

Dit recht op privacy werd toen een belangrijk grondrecht gevonden en in de memorie van toelichting op artikel 10 lezen we dan ook “Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer wordt in onze samenleving thans terecht beschouwd als een essentiële voorwaarde voor een menswaardig bestaan en als een van de grondslagen van onze rechtsorde”.

Fast forward naar het heden….

Eric Schmidt van Google zei in 2009 al “If you have something that you don’t want anyone to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place.” En ook wanneer vandaag de dag aan de borreltafel het begrip privacy ter sprake komt, hoor je ook nogal eens makkelijk zeggen “Ik heb niets te verbergen, over mij mogen ze alles weten”. Deze uitspraken baseren zich op de klaarblijkelijke aanname dat je iets te verbergen moet hebben om je recht op privacy uit te willen oefenen. Hoe dom is dat?

Het recht op privacy is het fundamentele recht om zelf te kunnen kiezen welke activiteiten, omstandigheden en persoonlijke informatie je deelt met anderen. Iets waar we allemaal dagelijks keuzes in maken, zonder ons daar schuldig over te hoeven voelen.

Wanneer je er voor kiest om iets niet te delen, verberg je inderdaad iets, dat klopt en dat is niet verkeerd, maar een absolute randvoorwaarde voor maatschappelijke en sociale interactie. Als we al onze activiteiten in de publieke ruimte uitvoerden, zaten we al snel op het politiebureau en als we tegen iedereen alles zouden zeggen wat we denken, werd het leven al heel snel erg gecompliceerd.

Wat je wel met anderen deelt, hoort je eigen keuze te zijn en hangt sterk af van met wie je het deelt en voor welk doel. Je deelt met je naasten in de privésfeer andere zaken dan met je baas en als je bij het openen van een bankrekening je geboortedatum afgeeft, verwacht je niet direct de bankmedewerker op je volgende verjaardag.

Door de ontwikkelingen in de informatietechnologie zijn er met betrekking tot dat laatste, de vrije keuze om te delen, grote problemen ontstaan. Om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer, worden we min of meer gedwongen grote hoeveelheden informatie over vrijwel alle aspecten van ons leven af te staan aan overheid en bedrijven. Probeer maar eens een regulier leven te leiden zonder bankrekening, ziektekostenverzekering of telefoon.

Daarnaast is er de druk uit de omgeving om social media te gebruiken voor onze sociale contacten en netwerken. We delen, gewild of ongewild, grote hoeveelheden informatie die, wanneer gecombineerd, ons leven tot een open boek maken. Of zoals de Amerikaanse hoogleraar Eben Moglen het omschreef “De dans van onze gedachten, waar wij ons niet van bewust zijn, verdwijnt in een machine die nooit vergeet”.

Wanneer we, vrijwillig of gedwongen, informatie toevertrouwen aan de overheid of aan bedrijven, veronderstellen we een zekere integriteit van deze partijen; dat ze zich aan de wet houden en zorgvuldig met onze informatie omgaan. Op dit moment worden we dan ook in enige mate beschermd door wetgeving en een democratische overheid. Maar wie zegt ons wie de volgende verkiezingen wint? Hoe zal de EU er in de toekomst uit zien? Hoe succesvol zal de lobby vanuit de informatie-industrie uiteindelijk zijn in het laten verruimen van privacy wetgeving?

Eind 1939 had niemand in Nederland in zijn volle glorie voorzien hoe de maatschappij er de volgende vijf jaar uit zouden gaan zien. Wie had voorzien dat onze voortreffelijk georganiseerde persoonsregistratie, in combinatie met de eerste mogelijkheden voor geautomatiseerde verwerking, het de nieuwe machthebber erg eenvoudig zou maken om mensen op te sporen; mensen die tot 1940 niets te verbergen hadden. En door in 1941 ook nog een zeer geavanceerd persoonsbewijs aan de persoonsregistratie te koppelen, werden de mogelijkheden tot verzet tegen de nieuwe machthebber ernstig bemoeilijkt.

Toen waren het basis persoonsgegevens, nu leven we in een maatschappij waarin de overheid en bedrijven met een beperkte inspanning vrijwel alles over ons kunnen weten; onze inkomsten, aankopen, opleidingen, voorkeuren, communicaties, werkgevers, schulden, lidmaatschappen, bezittingen, locaties, sociale contacten, interesses, gezondheid, reisbewegingen en wat al niet meer. Een situatie die ons kwetsbaar heeft gemaakt en die ons in belangrijke mate de mogelijkheden tot verzet tegen een eventuele toekomstige ondemocratische overheid heeft ontnomen.

Kortom, de aankomende aanscherpingen van de wetgeving ter bescherming van onze persoonsgegevens zijn welkomer dan ooit en wellicht nog belangrijker dan je al gedacht had. Wat ons als burger nu nog te doen staat is uit alle macht zorg blijven dragen voor een integere, democratische overheid, ook in de toekomst. Anders zijn we verloren.

Blijf alert, deel zorgvuldig en stem wijs!

 

Das leben der anderen (2015)

In 2006 debuteerde de Duitser Florian Henckel von Donnersmarck met de film “Das Leben der Anderen”. Een film die de Oost-Duitse politiestaat weliswaar een menselijk gezicht geeft, maar ook een ontluisterend en beklemmend beeld schetst van een land waar de inlichtingen en veiligheidsdienst de STASI alle aspecten van het dagelijks leven van de burgers in de gaten hield.

De STASI had 300.000 mensen nodig, 90.000 medewerkers en ruim 200.000 informanten, om een bevolking van 16 miljoen Oost-Duitsers volledig te controleren. Na de omwenteling in 1989 werd het STASI archief geopend voor Duitse burgers; de tastbare vrucht van alle inspanningen in de vorm van 111 kilometer papieren dossiers en 1,7 miljoen losse foto’s en video- en geluidsopnamen.

Waar Hitler en Stalin nog inzetten op naakte repressie, moord, massale terreur, zette de Oost-Duitse regering avant-garde zeer succesvol in op massale informatieverzameling. Hierdoor ontstond bij de bevolking een Orwelliaans gevoel; het gevoel dat je ieder moment en overal in de gaten gehouden wordt. Dat werkte verlammend en veranderde vrije burgers in bange, gehoorzame collectivisten en conformisten.

“In Nederland genieten de burgers, onder artikel 10 van grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), in principe bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen dergelijke ingrijpende praktijken. Echter, op deze rechten mag door de staat wel inbreuk gemaakt worden op grond van wettelijke bepalingen; de Wet Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (WIV) is zo’n wettelijke bepaling.”

Op grond van de WIV mogen de inlichtingendiensten nu “niet-kabel gebonden” telecommunicatie en, uitsluitend op basis van toestemming voor een specifiek onderzoek, “kabel gebonden” telecommunicatie afluisteren, waaronder internetverkeer. De inzet van deze bevoegdheden is, los van allerlei specifieke regels en waarborgen, ingekaderd met een algemene toets van de proportionaliteit en subsidiariteit; dat wil zeggen, is het middel echt nodig, worden de belangen van het doelwit niet onevenredig geschaad en kan het niet met minder ingrijpende middelen? Hiermee is getracht een zekere mate van balans te vinden tussen veiligheid en burgerrechten die past in een democratie.

Echter, niet voor iedereen is deze balans tussen veiligheid en burgerrechten een gegeven. Op 13 juni 2013 gaf CDA-strateeg Jack de Vries in een interview met Trouw aan “Het leven in een veilige samenleving valt of staat met de bereidheid van haar burgers om hun privacy in te leveren” en “De veiligheidsdiensten zouden hun plicht verzaken als ze niet in kaart zouden brengen wat mensen online allemaal uitspoken. Het is het recht van de overheid om die middelen te benutten die ze kunnen inzetten ten gunste van onze veiligheid”.

Daar waar de STASI nog 300.000 mensen nodig had om de communicatie tussen mensen in kaart te brengen, heeft de technologische ontwikkeling sinds 1989 een enorme sprong gemaakt waardoor het in kaart brengen van alle internetcommunicatie tussen burgers met nog geen honderd man mogelijk is geworden. Na het plaatsen van apparatuur op de grote internetknooppunten van Nederland, is het filteren van alle internetcommunicatie, zoeken op persoonsgegevens, adressen en trefwoorden in berichten technisch gezien, ondanks de enorme volumes, geen enkel probleem. Deze technologie bestaat en kan eenvoudig aangeschaft worden.

Wanneer je je ongemakkelijk voelt bij de gedachte dat de staat, gegeven de politieke steun in de tweede kamer, voornemens is om onder het mom van jouw eigen veiligheid deze technische infrastructuur daadwerkelijk te gaan realiseren, stem dan wijs!

 

Gamification van burgerlijke gehoorzaamheid (2014)

Gamefication van de maatschappij door met inzet van persoonsgegevens, grootschalige ICT en psychologische lessen uit de gaming wereld de burgers in het gareel te brengen en te houden. Klinkt futuristisch, maar dat is het niet meer; Sesame Credit, lees en huiver.

In Nederland wordt er geen zichtbare “credit score” gebruikt. Geldverstrekkers gebruiken een toetsing bij het Bureau Kredietregistratie voor het al of niet verstrekken van geld en we lopen zelf niet echt te koop met onze kredietwaardigheid.

In de Verenigde Staten is de credit score een veel zichtbaarder en meer ingeburgerd fenomeen. Bijna 90% van de volwassen Amerikanen heeft een credit score, een indicator van financiële betrouwbaarheid en kredietwaardigheid op een schaal van 300 tot 850, geleverd door credit bureaus als Experian, TransUnion of Equifax.

Dergelijke credit scores zijn voor de Amerikaanse gebruiker real-time inzichtelijk op Internet en op mobile apps, leveren alerts wanneer zich wijzigingen voordoen en worden door geldverstrekkers, verhuurbedrijven, maar ook bijvoorbeeld werkgevers gecontroleerd alvorens een transactie of een arbeidsovereenkomst aan te gaan.

Een hoge credit score geeft je status en het is niet ongebruikelijk om je credit score te delen onder bekenden of zelfs op social media. Een lage credit score betekent beperkingen op het gebied van geldleningen of hoge borgsommen bij het huren van een auto.

In 2015 hebben de twee Chinese ICT giganten Alibaba en Tencent de “Sesame Credit” score geïntroduceerd in China. Alibaba en Tencent bezitten gezamenlijk alle Chinese social media diensten en een groot deel van zowel de online gaming als de online shopping markt. Daarmee beschikken ze over een schat aan informatie over allerlei aspecten van het persoonlijke leven van de Chinese burgers.

De Chinese Sesame Credit score is deels een credit score zoals in de Verenigde Staten; een kredietwaardigheid score op basis van inkomen, bezit en schulden. Echter, en nu wordt het sinister, tevens een score op grond van “goed burgerschap” aan de hand van zaken als je uitlatingen op social media, je hobbies, lifestyle en aankoopgedrag.

Post je kritische uitlating over het regeringsbeleid, feitelijk nieuws over de beursneergang of een artikel dat niet in lijn is met officiële geschiedschrijving dan daalt je score. Val je in lijn met het regeringsbeleid en ben je politiek correct, dan stijgt je score. Koop je online een vaatwasser of babyvoeding dan scoor je als goed burger punten, zit je 10 uur per dag te gamen dan verlies je punten. Enzovoort.

Een hoge Sesame Credit score heeft veel voordelen. Met een score boven de 600 kun je bijvoorbeeld shoppen op krediet, een score boven de 650 laat je een auto huren zonder borgsom, een score boven 700 biedt je de fast-track bij het aanvragen van toestemming voor een buitenlandse reis en een score van 750 of hoger zelfs een fast-track voor een felbegeerd Schengen visum; Amsterdam, tulips and windmills from the touringcar.

Het aanvragen en voeren van deze Sesame Credit score is nu nog vrijwillig. Echter, ook in China is een hoge score al verworden tot een status symbool. Maar nu niet alleen als een symbool van kredietwaardigheid, maar ook van goed burgerschap. Op Weibo, de Chinese equivalent van Twitter, hebben al meer dan 100.000 mensen hun Sesame Credit score getweet.

Waar het echt heel erg misgaat is het feit dat je Sesame Credit score ook beïnvloed wordt door de scores van de mensen met wie je op social media contact hebt. Deze social media vrienden en hun scores zijn voor iedereen inzichtelijk. Wanneer een van je vrienden een kritisch post online zet, daalt daarmee ook jouw score en word je er over geïnformeerd wie van je vrienden je score heeft verlaagd. Tevens zien anderen dat je bevriend bent met iemand met een lage score. Kortom, vriendschap met kritische mensen kan je je status en je privileges kosten…

De Chinese overheid heeft aangekondigd dat de Sesame Credit score voor iedere Chinese burger verplicht wordt en tevens dat een te lage score vanaf dat moment bestraft kan gaan worden; bijvoorbeeld met beperkte internet toegang en beperkingen op de toegang tot bepaalde banen als ambtenaar, journalist of hoge functies in het bedrijfsleven.

Kortom, de inzet van persoonsgegevens, grootschalige ICT en de psychologische lessen uit de gaming wereld om met een systeem van “positieve” beïnvloeding, op basis van levels, mijlpalen en onderlinge competitie, privileges uit te delen en vervolgens de deelnemers voor de keuze te stellen tussen kritische vrienden en de verworven privileges. Kritische mensen worden geconfronteerd met automatische sociale isolatie en eventueel beperkingen in het dagelijks leven, als straf voor onwelgevallige uitlatingen of een lifestyle die de overheid niet bevalt.

Wat je hier ziet gebeuren is de “gamification” van burgerlijke gehoorzaamheid. Geniaal in zijn simplisme, desastreus in zijn uitwerking; een dictatuur nu eens op basis van de wortel en niet op basis van de stok. En laten we in Nederland niet denken dat hier zoiets niet mogelijk zou zijn. Al was het maar indirect vanuit China; velen van ons shoppen bij Alibaba en Tencent bedient wereldwijd zo’n 400 miljoen gamers. Het zou toch wat zijn als ik vanwege dit artikel geen “free expedited shipping” van Alibaba meer zou krijgen of mijn bonus-levens in League of Legends mis zou lopen….